De moed vinden om geen kamp te kiezen
De moed vinden om geen kamp te kiezen
Afgelopen zaterdag gebeurde er iets dat me diep raakte.
Ik was op een Pride-evenement — zo’n plek waar liefde, vrijheid en identiteit samenkomen. Waar mensen zichzelf mogen zijn. Waar viering en kwetsbaarheid hand in hand gaan.
En toen… werd het verstoord door een groep pro-Palestijnse betogers. Plots vlogen er flessen naar de DJ. Alles in mij kromp ineen. Ik voelde woede, verontwaardiging, instinct. Zonder nadenken ging ik ertegenin. Mijn lichaam bewoog sneller dan mijn hoofd. Ik koos kant.
Ik handelde vanuit mijn buik. Vanuit mijn waarden. Vanuit het diepe geloof dat Pride — en elke vreedzame uiting van identiteit — nooit met geweld beantwoord mag worden. Mijn reactie was écht. Menselijk. Beschermend. Vanuit liefde, eigenlijk.
Maar later die avond kwam er iets anders naar boven. Iets wat me minder makkelijk afgaat om onder ogen te zien: ongemak. Schuld. Omdat ik merkte hoe snel ik zelf was meegegaan in een dynamiek die ik juist in mijn werk probeer te helpen verzachten: wij tegen zij. Polarisatie. Zekerheid die niet meer luistert.
Er zat iets in mij dat verhard was.
En dus deed ik wat ik anderen vaak aanreik: ik stopte. Ik keek naar binnen. Ik ademde. En ik vergaf mezelf.
Want dit is wat ik telkens opnieuw leer — als trainer, als therapeut, als mens:
In momenten van crisis voelt partij kiezen als kracht. Als helderheid.
Maar soms is het net dán moedig om terug te stappen. Om het ongemak van complexiteit toe te laten. Om niet alles meteen te willen snappen of indelen.
We leven in een tijd waarin we bijna voortdurend worden uitgenodigd om te kiezen. Voor een kamp. Voor een verhaal. Tegen het andere. Terwijl nuance, stilte, twijfel… steeds minder plek krijgen.
En toch is het precies dat waar ik wil blijven voor staan.
Voor menselijke waardigheid.
Voor élk mensenleven.
Voor vrede — als moeilijke, taaie, bewuste keuze.
Voor een vorm van leiderschap die niet simplificeert, maar verdraagt. Die helder is in waarden, maar zacht blijft voor mensen.
In mijn werk en in mijn leven is Geweldloze Communicatie (NVC) mijn anker geworden.
Het herinnert me eraan dat taal meer is dan woorden. Dat hoe we kijken naar de wereld, en naar elkaar, bepalend is voor wat we zeggen — en hoe we verbinden.
NVC nodigt uit tot nieuwsgierigheid in plaats van oordeel. Tot luisteren, zelfs wanneer we willen roepen. Tot voelen, zonder overspoeld te raken.
En net op zo’n moment als zaterdag besef ik weer: dit is niet optioneel.
We kúnnen strijden voor rechtvaardigheid zonder ons hart te sluiten.
We kúnnen opkomen voor wat ons dierbaar is, zonder in dezelfde patronen te vervallen als die we afwijzen.
Met bewustzijn.
Met mildheid.
Met zelfvergeving.
Ik deel dit niet omdat ik het allemaal weet, maar omdat ik geloof in de kracht van reflectie.
Omdat ik geloof dat vrede van binnen begint. In hoe we omgaan met onze eigen woede, met onze schaamte, onze pijn. En met de keuze — telkens opnieuw — om mens te blijven. Ook als het schuurt.
Dit is voor mij geen “middenweg”.
Dit is boven het gewoel uitstijgen.
Deel dit artikel